Gekocht Vertrouwen, Gevallen Kabinet:
De Anatomie van het Fiasco Schoof
De zomer van 2025 zal de geschiedenisboeken ingaan als de zomer waarin het kaartenhuis van het kabinet-Schoof definitief ineenstortte. Maar laten we eerlijk zijn: dit was geen verrassing. Het was de onvermijdelijke conclusie van een politiek experiment dat gedoemd was te mislukken. Een experiment gebouwd op de valse belofte van verandering, geleid door een man die het symbool is van de oude, verrotte bestuurscultuur die kiezers dachten weg te stemmen.
Het verhaal van het falen van Dick Schoof begint niet bij zijn eerste dag in het Torentje. Het begint jaren eerder, in de schimmige krochten van de NCTV, waar de blauwdruk voor zijn latere optreden al werd getekend. We hebben het over de Palantir-affaire: de geheime aankoop van extreem invasieve spionagesoftware van een controversieel Amerikaans bedrijf met diepe banden met de CIA.
Terwijl de burger dacht in een democratie te leven, besliste topambtenaar Schoof in achterafkamertjes om een surveillancemonster te ontketenen. Parlement? Niet ingelicht. Aanbestedingsregels? Omzeild. Privacy? Een luxe die we ons blijkbaar niet konden permitteren. Dit was geen incident. Dit was een mentaliteit. Een mentaliteit die stelt dat het doel (veiligheid, controle) alle middelen heiligt, en dat democratische verantwoording een vervelende last is. Deze affaire was de ‘originele zonde’ die het DNA van Schoofs bestuurlijke aanpak blootlegde.
De Rutte-Doctrine in een Nieuw Jasje
En dus was de verbazing van velen hypocriet toen bleek dat premier Schoof precies dezelfde minachting voor transparantie en democratische controle aan de dag legde. De kiezer wilde verandering, een breuk met de Rutte-doctrine van weggelakte documenten en ‘geen actieve herinnering’. Wat kregen ze? Een premier die door de gevestigde orde, mogelijk zelfs met Ruttes zegen, naar voren werd geschoven als de ultieme manager van het systeem. Schoof was geen nieuwe bezem; hij was de conciërge van het oude gebouw, aangesteld om te zorgen dat de populistische nieuwkomers de meubels niet zouden vernielen.
Zijn premierschap was de voortzetting van de oude bestuurscultuur met andere middelen. De beloofde "nieuwe bestuurscultuur" was een holle marketingkreet, verdampt op het moment dat een technocraat zonder kiezersmandaat werd geïnstalleerd om de winkel draaiende te houden. Achterkamertjespolitiek was geen risico; het was een garantie.
De Grote Deceptie: Verlamming als Verandering
Het kabinet zelf was een monument van onmacht. Aangetreden om de problemen van het land daadkrachtig aan te pakken, verviel het al snel in wat het het beste kon: ruziemaken en vastlopen. De radicale plannen botsten met de harde realiteit van de rechtsstaat en internationale verdragen – een realiteit die elke serieuze bestuurder had kunnen voorspellen.
De verandering die de kiezer wilde – op migratie, op bestaanszekerheid, op vertrouwen – kwam er niet. In plaats daarvan kregen we politieke verlamming, gebroken beloftes en een historisch laag vertrouwen in de politiek. Het kabinet-Schoof loste geen problemen op; het werd zelf het grootste probleem. De val was geen politieke tragedie; het was een daad van genade voor een land dat snakte naar lucht.
We zitten nu met de puinhopen. Het contract tussen de burger en de politiek is niet alleen geschonden, het is verscheurd. De erfenis van Schoof is niet het herstelde vertrouwen, maar de keiharde bevestiging van het diepste wantrouwen: het maakt niet uit wat je stemt, het systeem wint altijd. De vraag voor de komende verkiezingen is dan ook niet wie er gaat winnen, maar wie de moed heeft om dit corrupte systeem eindelijk tot op het bot af te breken. Want één ding is zeker: met meer van hetzelfde komen we er niet.